HOME

Persbericht 13102005

SEAN wil commitment in plaats van vrijblijvendheid
(in de noordelijke samenwerking op het gebied van Onderwijs en Arbeidsmarkt)
 
 
Op 14 oktober 2005 vergadert de Sociaal Economische Adviesraad Noord Nederland (SEAN).
In deze vergadering staat de aansluiting tussen Onderwijs en Arbeidsmarkt centraal. 
De raad heeft geconstateerd dat er een hele slag is gemaakt in het veld van de aansluiting Onderwijs / Arbeidsmarkt. Het thema wordt, in verhouding tot 2003, door alle partijen als een overzichtelijk probleemgebied ervaren met bekende partijen. Over de problemen en knelpunten is men het eens en ook over de doelen. Men mist echter samenhang en afstemming, een gestructureerde lange termijn aanpak, synergie in samenwerking en duidelijkheid in de inzet van middelen. Er is behoefte aan een nauwere samenwerking en grotere betrokkenheid van partijen op regionaal niveau. Commitment komt in de plaats van vrijblijvendheid.
De SEAN ziet de concrete organisatie van een dergelijk proces op noordelijk niveau in een Noordelijk Arbeidsmarkt Platform (NAP). Het is van belang voor een aaneensluitend arbeidsmarktbeleid dat de aanwezige kennis in het Noorden wordt gedeeld en benut om tot maximale resultaten te komen.
 
In maart 2003 is door de SEAN het advies “Naar een lerende regio” uitgebracht. Geconstateerd werd toen dat het grootste probleem in de aansluiting Onderwijs/Arbeidsmarkt in Noord Nederland ontstaat door een laag opleidingsniveau. Noord Nederland moet een lerende regio creëren waarbij ontwikkeling van individuen tot een maximaal opleidingsniveau – een zo hoog mogelijke kwalificatie via de initiële opleiding – centraal dient te staan.
In de SEAN werkconferentie (februari 2004) rondom dit onderwerp werd bovenstaande door alle betrokkenen onderschreven maar bleek direct hoe moeizaam dit om te zetten is in gemeenschappelijke activiteiten, concrete initiatieven, experimenten en projectvoorstellen.
 
De stand van zaken
Inmiddels is de Strategische Agenda van Noord Nederland door het SNN geschreven en heeft ook de SEAN haar toekomstvisie gegeven voor Noord Nederland. In de SNN-uitvoeringsagenda “De Koers verlegd” komt een apart kader voor Onderwijs en Arbeidsmarktbeleid in Noord Nederland en dat is ook nodig.
In de zomer van 2005 is door het SEAN secretariaat een veldonderzoek gedaan bij partijen in het veld met de vraag “Wat is de stand van zaken m.b.t. de knelpunten Onderwijs/Arbeidsmarkt. Naar aanleiding van dit onderzoek adviseert de SEAN het DB-SNN en alle betrokken partijen zich te richten op de volgende punten:

 
1.                Prestatie indicatoren. De SEAN adviseert prioritaire concrete prestatieindicatoren vast te stellen en te onderschrijven door alle betrokken partijen in Noord Nederland. Deze prestatieindicatoren zijn een gezamenlijk belang en een gezamenlijk doel. Men moet zich wel beperken tot bijvoorbeeld 5 indicatoren en deze indicatoren moeten meetbaar zijn. Op basis van 0-meting wordt jaarlijks de voortgang gemeten.  
2.                  Rollen, taken en bijdragen. Alle betrokken partijen hebben een (veelal wettelijke) taak. Het is belangrijk dat iedere partij zijn eigen rol en taak formuleert en welke effecten dat zal hebben op de gezamenlijke prestatieindicatoren. Men kan en moet elkaar op deze bijdragen aanspreken. Er is geen sprake (meer) van vrijblijvendheid. 
3.                 De organisatie en de partijen. De SEAN ziet de organisatie van een dergelijk proces op noordelijk niveau. Al eerder heeft de SEAN zich uitgesproken voor het in stand houden van een Noordelijk Arbeidsmarkt Platform (NAP). Het is van belang voor een aaneensluitend arbeidsmarktbeleid dat de aanwezige kennis in het Noorden wordt gedeeld en benut om tot maximale resultaten te komen. De in het NAP betrokken partijen zijn: de provincies, gemeentelijke afvaardiging via de RAP’s, het CWI, MKB, VNO-NCW, FNV, CNV, UWV en afvaardiging van VMBO en ROC’s. De SEAN ziet een leidende rol weggelegd voor het SNN. Het SNN vervult in het NAP de voorzittersrol en nemen de vastgestelde prestatieindicatoren op in haar beleid, dat is vastgelegd in “De koers verlegd”.
4.                 De middelen. Na de keuze van prestatieindicatoren is het van belang dat er middelen worden vrijgemaakt en gezocht om initiatieven te ondersteunen die een meetbare bijdrage leveren aan de gestelde prestaties. Deze middelen kunnen uit (reguliere) subsidiestromen komen, maar ook uit inzet en acties van betrokken partijen en van rijkswege. Al eerder is in de advisering gesproken over de ESF gelden en regionale inzet van de O&O fondsen. Zeker voor wat betreft deze laatsten blijft het belangrijk dat de regio in gesprek blijft gaan met de O&O fondsen om specifieke inzet voor het noorden te blijven onderzoeken.