SEAN reageert op uitkomsten Mid Term Review Kompasprogramma
Onlangs presenteerde het Samenwerkingsverband Noord-Nederland de uitkomsten van de Mid Term Review van het Kompas voor het Noorden. De Sociaal Economische Adviesraad Noord Nederland heeft vandaag haar reactie op de MTR gepresenteerd aan het Dagelijks Bestuur van het SNN. De SEAN is content met de uitgebreide rapportage van het SNN en is van mening dat het rapport een duidelijk inzicht geeft van de stand van zaken van de Kompasontwikkelingen. Voor wat betreft de inzet van middelen op projecten ligt het SNN goed op schema. Het onafhankelijke onderzoeksbureau beoordeelt de werkwijze, de effecten en de effectiviteit van Kompas als positief. Hiermee wordt het belang van een programmatische aanpak als Kompas voor het Noorden bevestigd. De SEAN is content met deze conclusie maar plaatst tevens een aantal kanttekeningen.
De SEAN deelt de conclusie dat in de komende periode een zware opgave voor ons ligt ten gevolge van de omslag van hoogconjunctuur naar laagconjunctuur. Het creëren van structurele versterking van de economie en daarmee extra werkgelegenheid ten tijde van een economische recessie wordt een hele opgave. Alhoewel het faseverschil kleiner wordt, blijft de achterstand ten opzichte van Nederland groot.
De SEAN vindt de constatering van het achterblijven van de aanwezigheid van stuwende bedrijven en (de daarmee samenhangende) lage innovatiegraad in de regio zorgwekkend, evenals de structurele knelpunten in het regionaal investeringsklimaat. Terecht is de conclusie dat het er vooral om gaat – in deze economische fase - het stuwende bedrijfsleven te behouden en nog stuwender te maken. In deze context is het moeizaam dat bij de kwantitatieve effectmeting het behoud van (structurele) werkgelegenheid niet meetelt (zie ook verder).
Kernzonebeleid
De keuze voor het kernzonebeleid blijft relevant en dient ook in de resterende Kompasperiode onverkort uitgangspunt te blijven. De raad is overigens van mening dat onverminderd de aandacht op de primair gekozen 5 kernzones (dus incl. de Westergo zone) dient te blijven gericht. Verdichting van de economische activiteiten blijft noodzakelijk en hierbij hoort ook meer aandacht en inzet voor een ontsluitende hoogwaardige (digitale) infrastructuur. Voor een (blijvend) uitnodigend investeringenklimaat vindt de SEAN het tempo van verbetering van de (digitale) infrastructuur te laag.
Economische vitaliteit landelijk gebied
Naast het kernzonebeleid blijft de noodzaak bestaan voor economische vitaliteit in het landelijk gebied. De kleine bedrijven in het landelijk gebied zijn een belangrijke bron van werkgelegenheid en een voorwaarde voor de leefbaarheid.
Effecten en Effectiviteit
De financiële voortgang van Kompas ligt op schema met de inzet van 44% van de beschikbare EZ/Kompas middelen. Vrijwel alle kompasmiddelen worden ingezet op versterking van de economische structuur, groei van de werkgelegenheid en op versterking van de positie van bedrijven.
De doelstelling van Kompas is gekwantificeerd in 43.000 extra banen tot 2010 (het faseverschil, gemeten in 1999). Tot op heden zijn 4.510 netto arbeidsplaatsen gerealiseerd. De kompasdoelstelling in termen van werkgelegenheid wordt door de SEAN overigens als lastig ervaren. De raad vraagt zich af of er geen andere criteria moeten worden gehanteerd. Veelal kunnen directe en indirecte effecten van projecten pas na verloop tijd worden beoordeeld, voor een belangrijk deel zelfs pas ruim na afloop van de programma periode. Dit geldt zeker voor de effecten in termen van gerealiseerde structurele uitbreiding van arbeidsplaatsen. Daarnaast vindt de raad het van belang dat ontwikkelingen van werkgelegenheidseffecten tevens gemeten kunnen worden in termen van structureel behoud van werkgelegenheid en extra banen als effect van indirect uitgelokte investeringen. Deze aantallen zijn niet meegenomen in het tot stand komen van de 4.510 netto banen, maar zijn ook zeker relevant voor beschouwing van de effectiviteit van de inzet van kompasmiddelen.
De conclusie in het rapport dat Kompas een positieve bijdrage levert aan een structurele versterking van de economische structuur is verheugend maar doet de raad verder de behoefte uitspreken van vertaling van Kompaseffecten naar kengetallen op Noord Nederlandse schaal. In welke mate in er sprake van bijdrage en hoe structureel is deze bijdrage van de tot op heden ingezette middelen aan een economische versterking? De raad vraagt een vertaling van kompaseffecten in termen van bijvoorbeeld de concurrentiepositie, werkgelegenheid, arbeidsparticipatie, (kennis)innovatiegraad, export, scholingsgraad, etc. Hierbij zou kunnen worden gedacht aan effectmeting in referentiecijfers (vergelijkbare regio / nulmeting) zodat progressie eenvoudig regelmatig kan worden gevolgd. De cijfermatige onderbouwing in de MTR m.b.t. de effecten wordt niet als voldoende ervaren. In ieder geval niet voldoende om gerichter inhoudelijk te kunnen sturen op beleid.
Accentverschuiving
De raad onderschrijft de accentverschuiving naar maatregelen die zich op het bestaande bedrijfsleven richten zoals de IPR-uitbreiding, innovatiestimulering, kennisintensivering, vraaggerichte scholing en opleiding. De laagconjunctuur heeft direct tot gevolg dat er een verminderde investeringsbereidheid is van het bestaande bedrijfsleven en verhuisbereidheid van potentiële nieuwkomers. Dit rechtvaardigt de focus op stimulering en ondersteuning van het bestaande bedrijfsleven. Er worden via 4 lijnen acties ondernomen: bedrijfsgerichte regelingen; aanbodgestuurde projecten; vraaggerichte projecten (vanuit het bedrijfsleven); 4. versterking kennisinfrastructuur. In de MTR wordt vastgesteld dat alle vier genoemde punten van belang zijn en blijven. De SEAN is van mening dat gezocht moet worden naar extra impulsen / intensiveringen.
Innovatie en kennisinfrastructuur
Het is noodzakelijk (het behouden en het verwerven van) kennis laagdrempelig toegankelijk te maken en te houden voor het bestaande bedrijfsleven. Mogelijke maatregelen ter bevordering en ondersteuning van innovatie van het bestaande bedrijfsleven:
- Stimulering (subsidiering) van scholing van werkenden om kennis op peil te
houden of te vernieuwen;
- laagdrempelig toegankelijk maken van kennisbronnen op vaak hoog en/of
specialistisch kennisniveau zowel binnen als buiten de regio;
- het opnieuw invoeren van een noordelijke KIM regeling (loonkostensubsidie voor
recent afgestudeerde HBO-ers/WO-ers in het MKB);
- het optimaliseren van de kennisinfrastructuur.
Tot op heden is het binnen Kompas niet mogelijk om het organiserend vermogen t.b.v. verhoging van kennis en innovatie in het MKB mede te financieren uit kompasmiddelen. De raad adviseert, als aandachtspunt voor kostenverlaging van het bedrijfsleven, niet alleen cursussen en scholing mede te gaan financieren uit Kompas middelen maar ook met name de organisatie van scholingsprojecten binnen
bijvoorbeeld clusters van bedrijven financieel te ondersteunen.
Arbeidsmarkt
In deze tijd van economische recessie zal het een inspanning van formaat vragen om werkgelegenheid te stimuleren. Flankerend aan het stimuleren van economische ontwikkelingen in het Noorden is een actief arbeidsmarktbeleid nodig d.m.v. effectieve arbeidsmarktinstrumenten. De ontwikkeling van de werkgelegenheid in Noord Nederland blijft nog steeds achter bij de landelijke ontwikkeling. En stevige economische groei en een actief arbeidsmarktbeleid zijn noodzakelijk voor het inhalen van de achterstand c.q. het inlopen van het faseverschil. De arbeidsmarktmaatregelen binnen Kompas zijn niet effectief gebleken. Er bestaat nog steeds een frictie tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt en daarnaast een frictie in de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Deze aansluitingen zijn belangrijk voor een effectief arbeidsmarktbeleid. Het arbeidsmarktbeleid zou in Kompas sterker moeten worden gekoppeld aan innovatie en kennis bijvoorbeeld door stimulering van geïntegreerd werken en leren op alle niveaus.
Aan de onderkant van de arbeidsmarkt vallen momenteel de hardste klappen. Laag opgeleiden lopen een groot risico werkloos te worden. De cijfers onderschrijven deze trend. Scholing van werkenden, (werkloze) werkzoekenden en jongeren is van groot belang als voorwaarde voor economische structuurversterking. Er moet naar mogelijkheden worden gezocht om cofinanciering vanuit Kompas mogelijk te maken om het kennisniveau van het arbeidsaanbod (aan de onderkant van de arbeidsmarkt) aan te laten sluiten bij de vraag op de arbeidsmarkt.
Marktsectorprojecten
Er ligt er een zware taak bij het bedrijfsleven om projecten te organiseren en te investeren. Tot op heden zijn de inspanningen niet voldoende gebleken om tot het gewenste effect te leiden. Geconstateerd moet worden dat het organiserend vermogen van het bedrijfsleven niet voldoende is geweest. Hier moet een belangrijke slag gemaakt worden, zeker in het licht van de neergang van de economische conjunctuur.
Het collectieve noordelijke ondernemersbelang is gediend met een succesvol opereren van de AMa. De
uitkomsten van de Task Forces moeten hierbij een duidelijke verbinding krijgen met projectverwervende
opdracht; van ideeëngeneratie naar concrete uitvoering. Publicatie en presentatie van de resultaten van Task Forces kunnen hier beter aan bijdragen. Daar moet het echter niet bij blijven; er moeten duidelijke en concrete vervolgacties worden ondernomen.
De projectverwerving van vraaggerichte marktsectorprojecten kan verder worden gestimuleerd door organisatie van projectmanagement ten dienste van branche organisaties. Deze uitvoering zou bij (een beperkt aantal) marktpartijen (b.v. consultants uit de private sector) neergelegd kunnen worden, die gedegen kennis hebben van zowel Kompaskaders- en regels, als (een netwerk binnen) een bepaalde branche/sector en partijen vanuit deze deskundigheid bijeen kunnen brengen.
Kompasfonds
De SEAN is van mening dat de regelingen m.b.t. arbeidsmarktbeleid vooral stuklopen op toepasbaarheid. De regels en criteria zijn star en bureaucratisch. Kleinschalige projecten zijn niet mogelijk; projecten m.b.t. gesubsidieerde arbeid zijn niet mogelijk terwijl met 13.000 onder druk staande banen deze sector zeer ruim vertegenwoordigd is in het Noorden en hier ook afspraken over zijn gemaakt in het Langman akkoord. Ook de link met Onderwijs is in Kompas niet altijd eenvoudig te benutten, met name als wordt gekeken naar financiering van het organiserend vermogen. ESF gelden worden onvoldoende benut. Re-integratiegelden zijn niet landsdelig inzetbaar. Er is behoefte aan flexibiliteit om regionale arbeidsmarktknelpunten op te kunnen lossen met middelen die zijn gekoppeld aan een regio. De SEAN is dan ook een voorstander van het creëren van een Kompasfonds met niet al te ingewikkelde criteria zodat regionale flexibiliteit m.b.t. besteding van middelen goed mogelijk is. De opbouw van het fonds zou vanuit verschillende middelen kunnen ontstaan: re-integratiegelden, ESF gelden, Kompasbijdrage etc.
Speerpunten
Ook ontwikkelingen als Energy Valley, LOFAR en een verder uitbouwen van het chemische industrie cluster in Delfzijl zijn belangrijke pijlers voor behoud van economische structuurversterking in de toekomst. De reeds ingezette projecten verdienen alle publieke en private support en inzet om tot ontwikkeling te kunnen komen. Het is belangrijke dat er aangesloten wordt bij de wortels van het noordelijke bedrijfsleven en er economische structuurversterking plaatsvindt op die terreinen die relevant zijn en blijven in Noord Nederland. Mede in dit kader blijft de SEAN van mening dat ook de komst van een magneetzweefbaan op het Zuiderzeetraject in belangrijke mate zal bijdagen aan verdere stimulering van de economie in Noord Nederland en van groot belang is voor een duurzame structurele versterking van het vestigingsklimaat.
Naar een nieuwe agenda voor het Noorden?
In het verlengde van de bevindingen van de MTR doen zich een aantal (deels) nieuwe vragen voor. Een belangrijke constatering is dat ruimtelijk economisch beleid op zich onvoldoende bijdraagt aan een toename van welvaart en welzijn in het Noorden. Terecht dat een extra inspanning wordt gevergd.
Arbeidsmarktbeleid wordt geleidelijk aan een belangrijke randvoorwaarde voor economie en werkgelegenheid. En in het verlengde daarvan onderwijsbeleid. Er zijn echter meerdere beleidsterreinen te noemen die randvoorwaardelijk zijn voor een versterkte ontwikkeling van het Noorden in brede zin. De raad is van mening dat naast een versterking van het gevoerde overwegend ruimtelijk economisch beleid een verbreding naar andere randvoorwaardelijke beleidssectoren noodzakelijk is.