Volledig advies › SER Noord Nederland

Volledig advies

In het regionaal secretarissen overleg dat plaatsvond op 11 oktober jl. gaf u aan graag input te ontvangen van de regionale SER'en ten behoeve van de landelijke adviesaanvraag (post) initieel onderwijs. Graag geven wij door middel van deze brief gehoor aan deze oproep.

Zoals geschetst in de adviesaanvraag zal de arbeidsmarkt de komende periode fundamenteel veranderen. Ontwikkelingen op het gebied van demografie, globalisering en technologische innovatie zullen een enorme impact hebben op de arbeidsmarkt. De SER Noord-Nederland herkent deze ontwikkelingen en het Noorden ervaart momenteel al de eerste effecten van deze veranderingen. Een krimpende beroepsbevolking lijkt op dit moment kansen te bieden voor de groep werkzoekende die nu nog buiten de arbeidsmarkt staan, maar gezien het lage opleidingsniveau en de beperkte schoolbaarheid van deze groep zal dat onvoldoende zijn om op lange termijn in de vraag op de arbeidsmarkt te kunnen voorzien. Hiervoor is ook een impuls nodig voor de nu nog werkende beroepsbevolking o.a. op het gebied van het postinitiële onderwijs, waarbij alle betrokken partijen, sociale partners, onderwijsinstellingen en overheden een verantwoordelijkheid hebben.

Kijkende naar onze eigen regio, ziet de SER Noord-Nederland een aantal ontwikkelingen die van invloed zijn op het postinitiële onderwijs van de toekomst.

De komst van de Wet Werken naar Vermogen vergroot de druk op gemeenten om werkzoekenden toe te leiden naar regulier werk. Uit het veel onderzoek naar de effectiviteit van re-integratie en scholingstrajecten blijkt dat deze de kans op regulier werk nauwelijks verhogen. De efficiëntste manier om dit arbeidspotentieel te benutten voor het opvullen van de vervangingsvraag door vergrijzing is het herstructureren van taken op een zodanige manier dat deze taken zoveel mogelijk passen bij de bestaande capaciteiten van werkzoekenden. Korte trajecten van ( post-)initieel onderwijs kunnen dit ondersteunen via een goede samenwerking tussen overheid, onderwijsinstellingen en bedrijfsleven een must. 

Daarnaast vraagt ook de verdere flexibilisering van de arbeidsmarkt een actievere rol van de overheid waar het gaat om postinitieel onderwijs. Met name aan de onderkant van de arbeidsmarkt zal een groep ontstaan die als gevolg van de flexibilisering afwisselend voor langere of kortere tijd zonder werk zal komende zitten. Deze groep lijkt in eerste instantie de weg naar de arbeidsmarkt wel weer terug te vinden, maar zal zonder additionele scholing niet volledig blijvend kunnen aanhaken. Om deze groep een volwaardige plek op de arbeidsmarkt te geven zijn twee zaken van belang. In de eerste plaatst dat deze groep vaardigheden leert die niet van toepassing zijn voor een specifiek bedrijf, maar van waarden zijn voor meerdere sectoren. En ten tweede dat herleiden naar nieuw werk niet pas aan de orde komt op het moment van werkloosheid. Zowel voor de eerste als de tweede voorwaarden kan postinitieel onderwijs een belangrijke bijdrage leveren en ligt er ook een taak voor de werkgevers om hun werkgevers employable te houden.

Op dit moment richt de markt voor postinitieel onderwijs zich er vooral op om werknemers nog beter te maken in het werk dat ze al doen en/of te laten doorgroeien binnen het bedrijf. Zeker waar het gaat om investeringen in postinitieel onderwijs vanuit de werkgevers. Voor de groep zoals hierboven omschreven gaat het niet zozeer om het beter laten functioneren binnen de huidige functie en/of bedrijf, als wel om hen beter laten functioneren binnen de bredere arbeidsmarkt. Dit is in eerste instantie het belang van de werknemer en in het verlengde daarvan ook van de overheid. Deze groep werknemers is echter, met name financieel, onvoldoende zelf in staat om hier vorm en invulling aan te geven. Terwijl er wel een maatschappelijk belang is, o.a. in het voorkomen van werkloosheid, om deze groep voor scholing in aanmerking te laten komen. De gemeenten zouden deze rol in onze ogen daarom veel nadrukkelijker kunnen oppakken door middel van het stimuleren en faciliteren van het up-to-date houden van hun inzetbaarheid via postinitiële scholing. De maatschappelijke kosten op het moment dat mensen van werk naar werk gaan omdat ze breder inzetbaar zijn, zijn immers veel lager dan via werkloosheid naar werk. Met de juiste wet - en regelgeving kan de overheid de weg van werk naar werk makkelijker en vanzelfsprekender maken.

Ten derden constateert de SER Noord-Nederland dat in Noord-Nederland als gevolg van de geringe bevolkingsdichtheid van het gebied het aanbod via de (particuliere) onderwijs beperkt zal blijven wegens gebrek aan rendement. Als gevolg van de in absolute zin, beperkte deelname aan opleidingen is er vanuit kostenoogpunt de noodzaak tot verdere clustering en specialisatie in de grotere kernen. Hierdoor neemt de fysieke afstand tot onderwijs toe. Dit heeft gevolgen voor zowel voor het initiële onderwijs als voor postinitiële onderwijs. Bij de keuze voor een opleiding kent het initiële onderwijs het risico dat er eerder gekozen wordt voor een opleiding dicht bij huis (eventueel onder het niveau) dan dat 12-13 jarigen grote afstanden overbruggen om de opleiding naar keuze te volgen. Om dit proces te kenteren is het belangrijk dat ROC's in dunbevolkte gebieden niet-rendabele initiële opleidingen combineren.

Dit geldt ook voor postinitieel onderwijs. Op dit moment is het al noodzakelijk voor de verschillende ROC's samen te werken om een fatsoenlijk aanbod overeind te houden waarbij eventueel op creatieve wijze de samenwerking opgezocht kan worden met het lokale en regionale bedrijfsleven, zoals dat op dit moment in de partkijk ook al gebeurt. Om dit soort processen ook in de toekomst mogelijk te maken is het belangrijk dat er voldoende flexibele ruimte blijft in de bekostigingsstructuur van de onderwijsinstellingen. Maar ook dan kunnen niet overal alle opleidingen in stand worden gehouden en daarmee wordt in sommige gevallen letterlijk de fysieke afstand tot postinitieel onderwijs te groot Het verdient dan overweging om het probleem op te lossen door het vervoer van leerlingen voor zowel het initieel als het postinitieel onderwijs beter te organiseren in plaats van te proberen op krampachtige wijze overal het onderwijsaanbod in stand te houden. Ook hier zou de (lokale) overheid een rol kunnen spelen of zou door meer flexibiliteit in de bekostigingsstructuur scholen de ruimte moeten krijgen om hier invulling aan te geven.

Een van de oplossingen voor beide problemen is het zoeken naar creatieve oplossingen waarbij samengewerkt wordt door bedrijfsleven, onderwijsinstellingen (privaat en particulier) en overheid. Een goed voorbeeld hiervan is de wijze waarop in Stadskanaal door bedrijfsleven, het Noorderpoort College en de lokale overheid samen gewerkt is in het beschikbaar houden van het techniek onderwijs in de regio Stadskanaal. Voor het bedrijfsleven was dit van belang om ook in de toekomst goed gekwalificeerd personeel te kunnen krijgen. Voor de overheid was dit van belang omdat de aanwezigheid van een breed opleidingsaanbod de economische aantrekkelijkheid van het gebied vergroot. En voor de onderwijsinstelling was het zonder de steun van de andere twee partijen niet mogelijk de opleiding in de lucht te houden. In Stadskanaal wordt op dit moment samen met het bedrijfsleven gewerkt aan een nieuwe locatie waarbij naast onderwijs binnen het zelfde gebouw ook het regionale bedrijfsleven zijn intrek zal nemen. Op die manier is het mogelijk om binnen het pand de state of art technologie beschikbaar te krijgen voor het onderwijs en buiten lestijden kan het bedrijfsleven de technologie gebruiken voor het draaien van productie en/of het postinitieel opleiden of bijscholen van zijn eigen mensen. 

Kortom in de toekomstige postinitiële onderwijsmarkt spelen vele partijen een rol. Werknemers, werkgevers, onderwijsinstellingen particulier en privaat en overheid. Deze overheid is lang niet altijd een landelijke overheid, maar zal in toenemende mate de lokale en regionale overheid betreffen. Het is hiervoor wel van belang dat zowel de lokale en regionale overheden als onderwijsinstellingen ook de instrumenten en middelen krijgen en/of behouden om deze verantwoordelijkheid op te pakken. Dat is uiteindelijk in het belang van iedereen. 

De SER Noord-Nederland heeft door middel van deze brief zijn overwegingen van uit het Noordelijk perspectief willen meegeven aan de commissie Arbeidsmarkt- en Onderwijsvraagstukken. Natuurlijk zijn wij ten alle tijden bereid deze brief indien gewenst toe te lichten. 

 

Met vriendelijke groet,

namens de SER Noord-Nederland

Prof.Dr. G.J.E.M. Sanders,
voorzitter