Volledig advies › SER Noord Nederland

Volledig advies

De commissie Ruimtelijke Ordening van de SER Noord-Nederland is ingesteld om een advies op te stellen over de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Noord-Nederland. Met de inspanningen van de commissie is een eerste stap gezet aangaande de concretisering van het strategisch advies KoersVAST, wat eerder is uitgebracht door SER Noord-Nederland in mei 2009. Het gaat (in eerste instantie) niet om het invullen van een kaart, maar om het benoemen van relevante ruimtelijke opgaven en het opzetten van een creatieve dynamo voor ruimtelijke ontwikkeling. Bij de inspanningen van de commissie ligt de nadruk daarmee op het agenderen en het vangen van de relevante discussies op ruimtelijk-economisch gebied. De commissie heeft vanuit het gebiedsverhaal van Noord-Nederland ruimtelijk-fysieke kenmerken in relatie gebracht met economische opgaven. Tijdens dit proces is tevens reactie gegeven op de gebiedsagenda Noord-Nederland, een coproductie van de Rijksoverheid en het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN).

De Gebiedsagenda Noord-Nederland formuleert de gezamenlijke visie en de daaruit voortvloeiende opgaven van het Rijk en het Samenwerkingsverband Noord-Nederland in het ruimtelijk-fysieke domein. De gebiedsagenda is bedoeld als onderbouwing voor onder meer investeringsbeslissingen in het kader van het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). In de gebiedsagenda worden drie centrale punten genoemd voor de ruimtelijk-economische opgave voor het Noorden, te weten klimaat, energie en demografische veranderingen (krimp). De vertaling van deze opgaven naar beleid, een kader of een visie moet nog plaatsvinden. Aan de commissie is de vraag gesteld of de juiste opgaven zijn geïdentificeerd.

De gebiedsagenda Noord-Nederland wordt door de commissie ontvangen als te beperkt, te eng en te weinig innovatief als het gaat om input voor een gebiedsvisie. Het stuk wordt gezien als weinig strategisch en weinig gedefinieerd naar wat er op het landsdeel speelt. De daadwerkelijke opgave is volgens de commissie breder en meer strategisch. De gebiedsagenda mist visie op een duurzame ruimtelijk-economische en sociale structuur. Op een aantal relevante thema’s wordt momenteel nauwelijks in gegaan, zoals de kenniseconomie, een goed functionerend mobiliteitssysteem en stedelijk netwerk omgeven door economisch vitaal platteland en een aantal interessante planologische ontwikkelingen zoals de opkomende leisure sector, energielandschappen, 2e woningbezit en regioregie.

De commissie constateert dat de gebiedsagenda zich grotendeels vormt naar de Rijksagenda. Terwijl de overheid toe gaat naar een gelaagdheid waar het Noorden meer verantwoordelijkheden krijgt. De ideeënrijkdom in de gebiedsagenda is beperkt, terwijl er genoeg voorhanden is. Het rijksbeleid is echter gericht op nationaal strategisch belang, zoals de Eemshaven en het energie cluster. Deze sectoren zullen niet in staat zijn de basis om de ruimtelijk-economische basis voor het Noorden te vormen. Voor een strategisch document gaat het om de vraag wat deze basis wel gaat vormen. De commissie oordeelt dat dit vereist duidelijk keuzes, ook in ruimtelijke zin. Momenteel komt dit te weinig aan bod in de gebiedsagenda.

Inhoudelijk constateert de commissie dat de gebiedsagenda de opgave voor een vitale, duurzame sociaaleconomische structuur voor de lange termijn grotendeels mist. Ook worden in de gebiedsagenda vrijwel alleen de stedelijk ontwikkelingszones genoemd. Alles wat buiten de stedelijke gebieden valt wordt ‘noorderruimte’ genoemd en weggezet als ‘de rest’. Dit past niet bij het mal-contramal denken waarbij steden en het ommeland complementair (kunnen) zijn aan elkaar. De stedelijke zones zijn voornamelijk regionaal georiënteerd, terwijl in de ommelanden een aantal kernkwaliteiten liggen met internationale waarde. Het zijn karakteristieken die gekoesterd moeten worden. Een visie moet zich onder andere richten op de mogelijkheden om ontwikkelingen vanuit deze stedelijke zones, zoals kennis en diensten, te vertakken naar de noorderruimte. Volgens de commissie gaat het bij regionale visievorming ten eerste om het benoemen meer specifieke ruimtelijk-economische opgaven. Ten tweede gaat het om het agenderen en verbinden van ontwikkelingen tussen de maatschappelijke partners en het bestuurlijke apparaat. Het uitgangspunt moet hierbij het Noorden zijn en niet de Rijksagenda.

De commissie Ruimtelijke Ordening heeft een advies opgesteld over de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Noord-Nederland. De commissie benoemt relevante ruimtelijke opgaven en biedt handvatten voor het opzetten van een creatieve dynamo voor ruimtelijke ontwikkeling. Het stuk is als apart advies opgesteld.