Volledig advies › SER Noord Nederland

Volledig advies

De raad acht het van belang dat de regering veel nadrukkelijker duurzame toekomstscenario’s en roadmaps ontwikkelt, waarin de consequenties van de noodzakelijke duurzame transities worden uitgewerkt en gevisualiseerd, ter bevordering van het draagvlak, ook in de regio, voor verandering zowel in termen van mogelijke toekomstige productie- en consumptiesystemen als regionale routes.

De SER Noord-Nederland onderschrijft de grote lijnen van het landelijk SER Advies over Duurzame Ontwikkeling. Wel is de SER Noord-Nederland van mening dat een aantal aspecten nadere concretisering verdient, zoals ondernemerschap ten behoeve van duurzame innovatie en wat dit kan betekenen in termen van regionale differentiatie. Ook dient te worden voorkomen dat het begrip Duurzame Ontwikkeling verwatert door het aan de brede innovatieagenda te koppelen.

De SER Noord-Nederland heeft daarom gemeend een eigen regionaal advies over Duurzame Ontwikkelingen te moeten uitbrengen. De SER Noord-Nederland ziet dit advies overigens in nauwe samenhang met en aanvullend op eerdere en onderhanden adviezen die op – onderdelen van – Duurzame Ontwikkeling zijn of worden uitgebracht. In dit verband wijst de raad in het bijzonder op het onlangs uitgebrachte advies ‘Biobased Economy in Noord-Nederland’, hetgeen een sterke relatie heeft met duurzame innovatie van de landbouwsector in Noord-Nederland. 

Voor Noord-Nederland pleit de SER Noord-Nederland voor een concentratie op - eco-efficiënte - Duurzame Ontwikkeling in relatie tot de overige innovatiespeerpunten: energie, water, ruimtelijke kwaliteit en sensortechnologie.

De SER Noord-Nederland meent dat door de koppeling tussen de genoemde speerpunten en de sterke kennispositie van het Noorden enerzijds en de ruimtelijke kwaliteit en de goede samenwerking tussen Overheid – Bedrijfsleven - Kennisinstellingen anderzijds, de regio zich de komende tijd nog sterker kan profileren. De centrale ligging tussen Lissabon (EU innovatie agenda) en Göteborg (EU Duurzaamheidagenda) kan daarbij wellicht een symbolische rol gaan spelen.

De SER Noord-Nederland pleit er voor dat zijn aanbevelingen inzake versterking en versnelling van het 100.000 woningenplan en het 100.000 voertuigenplan - naast de suggestie om het nieuwe concept Biobased Economy daarin op te nemen - worden doorgezet in het nieuwe Energieakkoord tussen het Rijk en de noordelijke regio.

Voor deze beide 100.000 plannen zullen in de periode 2010-2015 investeringen benodigd zijn in de orde van 240 M€. Naast bijdragen van marktpartijen, regionale overheden (provincies en speciale fondsen) en de EU wordt hiervoor een rijksbijdrage van 120 M€ -over een periode van 5 jaar- noodzakelijk geacht.
 

De raad onderschrijft weliswaar het gedachtegoed van de duurzame transitie, maar acht een groot gevaar aanwezig dat transitie-denken teveel bij goede voornemens blijft. Hij pleit daarom voor concretisering. Het Noorden met zijn focus op zowel best practices als praktijkgerichte experimenten biedt hiervoor binnen Nederland een uitstekende uitgangspositie.

Naast een intensivering van het duurzaamheidprogramma, bepleit de SER Noord-Nederland daarom een aantal grotere en kleinere praktijkexperimenten op het gebied van duurzame innovatie te ondersteunen, zoals:

  1. De stimulering van ondernemerschap in samenhang met sociale duurzaamheid ten behoeve van duurzame product- en dienstinnovatie door het MKB, Energie Transitie Parken, Groen Gas Hubs en nieuwe ondernemingen;
  2. De ontwikkeling en demonstratie van regionale ontwikkelingsscenario’s op het gebied van intelligente, decentrale -energie, water, mobiliteits- en bouw- systemen in de praktijk, inclusief meer duurzame toekomstige lifestyle scenario’s; en
  3. Versterking van de duurzame kenniseconomie, zowel op basis van eigen al aanwezige sterkten als door middel van samenwerking met gidslanden en regio’s in N-W Europa (Scandinavië).

Voor de stimulering van het experimenteerruimte programma voor duurzame innovaties in het Noorden acht de raad voor de komende vijf jaar een extra investering van minimaal
120 M€ nodig, waarvan de helft ad. 60 M€ door het Rijk beschikbaar gesteld moet worden.

Meer in het algemeen acht de raad het, naast deze en bovengenoemde extra investeringsimpulsen vanuit regionale, landelijke en EU-faciliteiten, van belang in het Noorden een eigen ‘revolving fund’ voor duurzame innovatie in het leven te roepen, bijvoorbeeld op basis van een deel van het Waddenfonds. Een dergelijk ‘revolving fund’ moet ervoor zorgen dat de opbrengsten van geslaagde duurzame regionale innovaties te zijner tijd weer als financiering van de volgende generatie innovaties kan dienen.

De SER Noord-Nederland meent dat voor de nadere uitwerking van het duurzaamheidconcept een nauwe samenwerking gewenst is met gelijkgestemde regio’s rond de Noord- en Oostzee (en de Duitse deelstaten Niedersachsen en Bremen in het bijzonder als springplank). Deze samenwerking zal zich primair dienen te richten op de uitwisseling van kennis, onderzoek en innovatieve toepassingen.