Biobased Economy › SER Noord Nederland

ADVIES: Biobased Economy

Biobased Economy in Noord-Nederland

In 2007 heeft de landelijke SER op verzoek van het toenmalige demissionaire kabinet Balkenende IV een advies uitgebracht over de Biobased Economy. Naar aanleiding hiervan heeft de SER Noord-Nederland in mei 2010 een eigen advies over dit onderwerp opgesteld vanuit het noordelijk perspectief. Centraal in dit advies staat de vraag hoe Noord-Nederland kan bijdragen aan de totstandkoming van een Biobased Economy. Daarbij tekent de Raad aan dat het Noorden hierin nu al een sterke rol speelt, die in de toekomst nog verder versterkt kan worden. 

Download het complete advies: Biobased Economy download

Adviezenoverzicht

Begripvorming en overwegingen

Biomassa komt voor in vele soorten, maten en samenstellingen en kent allerlei toepassingen. Voor beleidsdoeleinden is het belangrijk om een duidelijke definitie te bepalen. Daarbij spelen economische en juridische aspecten een rol, bijvoorbeeld om te bepalen of er sprake is van afval of biomassa. In dit advies komen ook de beschikbaarheid en het gebruik van biomassa aan de orde, evenals de noodzaak om biomassa te importeren. De vrije markt bepaalt in grote mate de waarde van biomassa, waardoor het vaak niet mogelijk is om het aanbod van de beschikbare biomassa effectief te benutten. Vanuit het oogpunt van de Biobased Economy is het van belang om te komen tot een optimaal gebruik van zowel hoogwaardige als minder hoogwaardige biomassa, waarbij rekening wordt gehouden met de hele keten, inclusief transport en verwerking. Duurzaamheid betekent dat hierbij niet zowel financieel-economische als milieutechnische en sociaal-maatschappelijke criteria meetellen.

Biobased activiteiten in Noord-Nederland

Noord-Nederland heeft alles in huis om de transitie naar een Biobased Economy mogelijk te maken. Daarbij is het van belang dat er regie in de keten wordt gevoerd op basis van duurzaamheid. Bestaande biomassaketens leveren nu al succesvolle spin-off-activiteiten op. Om te zorgen dat deze activiteiten ook in de toekomst kans van slagen hebben, is het van belang dat er geen juridische belemmeringen zijn en dat rigide en verouderde subsidieregelingen worden aangepast.

Gunstige basiscondities

De basiscondities in Noord-Nederland zijn gunstig vanwege het landbouw- en natuurareaal, de beschikbare ruimte, de diepzeehavens, het brede draagvlak onder de bevolking en de samenwerking binnen Energy Valley. Ook beschikt het Noorden over een omvangrijke en brede kennisinfrastructuur op het gebied van biomassa. Om van biobased activiteiten een succes te maken is het van belang trekkers te vinden die per specialisme de regie gaan voeren. Ook samenwerking binnen de keten is noodzakelijk.

" Voortrekkersrol voor het Noorden. "

Hoe nu verder?

Vier clusters voldoen aan de juiste criteria om van de Biobased Economy in Noord-Nederland een succes te maken, te weten de agrocluster, de chemiecluster, de energiecluster en de kenniscluster.

  • Om de sterke positie van het Noorden niet verloren te laten gaan, is een duidelijke en breed gedragen visie op biomassa nodig. Het is dan ook goed om de conclusies van dit rapport mee te nemen in het nieuwe Energie Akkoord Noord-Nederland.
  • Noord-Nederland heeft als regio de beste papieren in Nederland om een voortrekkersrol te spelen bij de ontwikkeling van bio-based activiteiten. Zo draagt de regio bij aan een sterke CO2-emissiereductie, werkgelegenheid in het MKB, innovatie en samenwerking in bovengenoemde clusters.
  • Voor een succesvolle transitie is centralisatie van de kennisknooppunten essentieel, bijvoorbeeld door vestiging van toonaangevende leerstoelen en lectoraten en de oprichting van een Centrum voor Open Innovatie in de Chemische Industrie.
  • Concurrentie tussen clusters voorkomen door het bevorderen van de onderlinge samenwerking.
  • Regie voeren door de grote spelers in de kennisindustrie met elkaar te verbinden en een kernteam op te richten.
  • Noord-Nederland kan een proeftuin zijn voor het testen van de haalbaarheid van activiteiten gericht op de reductie van CO2-emissies vanuit de biobased ketenbenadering. Hiervoor is een fonds nodig dat jaarlijks € 100 miljoen uitkeert om biobased activiteiten te stimuleren via een tenderprocedure. Op deze manier kan een reductie van circa twee megaton CO2 worden bereikt.
  • De vergunningenprocedure moet worden aangepast om deze bio-based ontwikkelingen niet te belemmeren. Ook het creëren van regelluwe of vrijhandelszones daar waar biobased initiatieven zijn geclusterd, zoals in de Eemsdelta, kan de transitie versnellen en versoepelen.